Opinie: Werken in kinderopvang: diploma niet langer nodig? 28/01/2020

‘Voor de volgende 10 beroepen heb je niet langer diploma nodig’ lezen we in het nieuws. Kinderbegeleider baby’s en peuters en schoolgaande kinderen staat op die lijst. Dat bericht krijgt heel wat applaus. Maar mensen en organisaties die zich met hart en ziel inzetten voor kinderopvang staan niet meteen te juichen. Waarom?

Het wekt helaas (opnieuw) de indruk dat iedereen die ergens ooit ervaring opdeed in ‘zorgen voor kindjes’ hem/haar meteen een geschikte werknemer maakt voor kinderopvang en een vooropleiding er niet toe doet. Dat is helaas niet zo. Kinderopvang heeft een enorm belangrijke maatschappelijke functie. Enkele jaren terug ontwikkelden de sector en Kind en Gezin een pedagogisch raamwerk voor de kinderopvang van baby’s en peuters. Daarin staat expliciet dat kinderopvang ertoe bijdraagt dat elk kind zich goed in zijn vel voelt, uitgedaagd wordt en zich verbonden weet met de mensen en wereld rondom zich. Dat kinderopvang ouders steunt in de opvoeding, en zo bijdraagt tot het realiseren van gelijke kansen voor kinderen én volwassenen.

Wie dat pedagogisch raamwerk ernstig neemt, begrijpt dat kinderopvang van hoge kwaliteit heel wat competenties vraagt van de kinderbegeleiders. Zij moeten die pedagogische opdracht in de kinderopvang elke dag waarmaken. Diplomavereisten zijn dus wél terecht én nodig. Internationaal is er een zeer grote consensus over het belang van goed opgeleid personeel in de kinderopvang. Daarbij gaat het zowel over een goede vooropleiding als kansen om permanent bij te leren op de werkvloer. Helaas bengelt Vlaanderen vandaag in internationale vergelijkingen op dat punt aan de staart. Medewerkers in de kinderopvang krijgen slechts een zeer korte vooropleiding. Werkgevers moeten zeer creatief zijn om hun personeel de kans te bieden om tijdens hun loopbaan verder te ontwikkelen. Vormingsmomenten organiseren ze bijvoorbeeld vaak terwijl de kinderen slapen of na de werkuren wegens geen kindvrije uren. Daarenboven zijn er vaak geen medewerkers aanwezig die zelf de nodige vooropleiding en achtergrond hebben om nieuwe medewerkers te coachen in hun verdere professionele ontwikkeling. Ter vergelijking: in de meeste Europese landen bestaan de teams in de kinderopvang zowel uit kort- als langgeschoolde medewerkers, op bachelor- en/of masterniveau. In eigen land vinden we het evident dat kinderen vanaf 2,5 jaar in hun ontwikkeling begeleid worden door een kleuteronderwijzer die minstens een driejarige bacheloropleiding volgde. Alsof kinderen voor 2,5 jaar voldoende hebben met af en toe een verse pamper en een gezonde maaltijd en het eigenlijke leren pas start op 2,5 jaar?

Tegelijkertijd zijn er inderdaad mensen die (nog) niet beschikken over de vereiste kwalificatie maar wel waardevolle ervaring hebben voor de kinderopvang. We staan er dan ook ten volle achter dat er nu een procedure is om eerder verworven competenties (EVC) te kunnen beoordelen en certificeren. In sommige gevallen behaalt iemand meteen het volledige kwalificatiebewijs. Veel vaker leidt dat tot een opleidingstraject op maat dat rekening houdt met reeds verworven en nog te verwerven competenties. EVC is dus geen eindpunt, maar een beginpunt van een ontwikkelingstraject voor wie graag een volleerde professional wordt in het werken met jonge kinderen en hun ouders.

Kinderopvang worstelt met een schrijnend tekort aan competente kinderbegeleiders. EVC is absoluut een goede zaak, maar in geen geval een afdoende oplossing voor dat tekort. Het vraagt veel meer: een stevige vooropleiding, investeringen in arbeidsvoorwaarden, én kansen om verder te ontwikkelen op de werkvloer.

Sandra Van der Mespel, Directeur VBJK (Vernieuwing in de Basisvoorzieningen voor Jonge Kinderen) & Prof. Dr. Michel Vandenbroeck, hoofddocent gezinspedagogiek en vakgroepvoorzitter van de vakgroep sociaal werk en sociale pedagogiek Universiteit Gent.

Archief persberichten