Hoe houd je als kinderbegeleider contact met kinderen en ouders tijdens de lockdown? 28/04/2020

‘Bel regelmatig de gezinnen uit je opvang op. Alle ouders appreciëren zo’n babbel. Blijven bellen geeft ouders het signaal dat je aan hen blijft denken, dat je er bent voor hen’, zegt Tom Possemiers. VBJK praat met onthaalouders, kinderbegeleiders en leidinggevenden over hoe je contact houdt met de kinderen en hun ouders tijdens de coronacrisis.

Hoe gaat het in de opvang in coronatijden?

Tom Possemiers, coördinator Wigwam, Kessel-Lo: ‘Tot voor de coronacrisis kwamen de ouders altijd in de leefgroep: even babbelen met de kinderbegeleiders en andere ouders, even meespelen met hun kind alvorens ze afscheid namen. Nu kan dat niet, ouders geven hun kind aan de deur af, dat is heel onwennig, maar we kunnen niet anders, en ouders willen het ook niet anders. We organiseren ook veel activiteiten samen met kinderen en ouders, ook dat valt weg.’

Femke Hoorelbeke, coördinator kind en ouders De Blauwe Lelie, Brugge: ‘De meeste onthaalouders zijn nog aan het werk. Ze vangen kinderen op die tot de prioriteitengroep behoren, zoals kinderen van ouders die werken in woon- en zorgcentra. Daarnaast zorgen we ook voor noodopvang voor gezinnen uit de prioriteitengroep die niet terecht kunnen bij hun vertrouwde opvang. Kinderen blijven langer in de opvang, omdat ze nu niet met de school kunnen starten. Normaal gezien zouden er ook kinderen starten, met een wenmoment vooraf, maar dat gebeurt nu niet.’

Femke: 'Kinderen blijven langer in de opvang, omdat ze niet met school kunnen starten'

Heidi Spriet, onthaalouder DVO De Blauwe Lelie, Sint-Pieters: ‘Ik doe flexibele opvang: vroeg, laat en in het weekend, voor kinderen van 0 tot 12. In deze coronatijd komen er vooral baby’s en peuters, behalve één meisje van 7, een beetje vreemd voor haar, zo tussen al die jonge kinderen. Daarom ga ik elke dag met haar apart gezellig wandelen. Mijn man, vrijwilliger voor de Blauwe Lelie, helpt me bij de opvang van de kinderen.’  

Wat vonden de kinderbegeleiders ervan dat de kinderopvang open bleef?

Arlette Matteeuws, inclusiecoach Centrum Inclusieve Kinderopvang De Blauwe Lelie en zorgregio Brugge: ‘In het begin was er heel veel angst onder het personeel, omdat het niet duidelijk was of kinderen het virus konden doorgeven zonder dat ze symptomen vertoonden. We hebben daarom mondmaskers voorzien voor wie dat wil, samen met de uitleg hoe ze die correct moeten gebruiken.  Dat zorgt voor enige bescherming, want als je met kinderen werkt, ben je steeds nabij. Je verluiert kinderen, je knuffelt hen, je troost hen, je geeft hen eten. Afstand nemen is onmogelijk. Als kinderen een kinderbegeleidster met zo’n mondmasker zien, schrikken ze, want je gezicht is voor twee derde bedekt. We raden iedereen aan om zoveel mogelijk met de kinderen te praten, want ze herkennen snel de stem van hun vertrouwde begeleider.’

Arlette: 'Als kinderen een kinderbegeleidster met een mondmasker zien, schrikken ze'

Tom Possemiers: ‘Een deel van de medewerkers behoort tot de risicogroep omwille van hun leeftijd. Ze werken momenteel in de opvang, maar niet in de leefgroepen. Ze hebben wel vragen over hun veiligheid, zeker als we binnenkort terug meer kinderen zullen opvangen. Thuis hebben ze immers ook een gezin, ouders, grootouders.’

Hoe blijven jullie in contact met de ouders?

Femke Hoorelbeke: ‘We hebben alle ouders opgebeld, om te weten wat hun noden waren en of alles goed liep. Ouders in een kwetsbare situatie contacteren we regelmatig. Een babbel is erg belangrijk. We zetten ook sterk in op het informeren en ondersteunen van ouders en medewerkers. Wekelijks schrijft het pedagogisch team een speciale corona-editie van onze nieuwsbrief die we publiceren op onze website, met tips: wat vertel je aan kinderen, hoe zorg je voor emotionele ondersteuning van kinderen – in begrijpelijke woorden, zonder kinderen angstig te maken. We posten ook activiteiten die je thuis kan doen met de kinderen, en leuke spelideeën. We hebben aandacht voor alle leeftijden, van 0 tot 12 jaar. We sturen de nieuwsbrief ook naar de onthaalouders en de ouders.’

Arlette Matteeuws: ‘Regelgeving en beleidsadviezen zijn niet altijd even makkelijk te begrijpen voor de ouders. Ze vragen ons vaak wat deze maatregelen nu betekenen voor hun gezin. Daarom hebben we ook daarover laagdrempelige, nuttige informatie op onze website gezet. Daar kunnen ze tips lezen om bv. thuiswerk en thuisopvang te combineren. We geven ook aan waar ouders met hun vragen terecht kunnen. Ouders reageren daar heel positief op. Ook op Facebook geven we info over films, doe-ideeën, tips over hoe ze hun dag kunnen organiseren, hoe ze hun handen moeten wassen.’

Heidi Spriet: ‘Elke dag stuur ik ouders en kinderen een berichtje, en ik bel hen via Facetime. Kinderen vinden het leuk om eens met mij te praten, en mij ook te zien op het scherm. En ik vind het ook leuk om hen te zien. De ouders vertellen over hun ‘thuistijd’ met de kinderen, en ze sturen ook foto’s door. Ouders missen de routine: opstaan, kinderen naar de opvang, gaan werken, kinderen ophalen. Ook de kinderen missen die routine.'

Heidi: 'Kinderen vinden het leuk om mij te zien op het scherm'

Tom Possemiers: ‘We bellen regelmatig naar ouders van kwetsbare gezinnen. De hele dag tussen de vier muren of zorgen voor jouw kinderen in combinatie met het thuiswerk is vaak een hele uitdaging. Alle ouders appreciëren die babbel. Blijven bellen geeft ouders ook het signaal dat we aan hen blijven denken, dat we er zijn voor hen. Als een ouder ons zegt dat alles goed gaat, bellen we die twee dagen later toch op, want dan hebben de ouders misschien wél een vraag of zorg. Die babbels zijn nodig, ouders geven aan dat ze ons en het sociale contact missen, en wij missen hen. Het nieuws bereikt helaas niet iedereen, en ouders hebben – terecht – veel angsten.  Daarom ondersteunen we ouders tijdens die gesprekken, luisteren en informeren hen over wat kan en mag, en waar ze hulp kunnen krijgen.

Els Meiresone, leidinggevende Tierlantuin, Gent: ‘We bellen wekelijks met alle gezinnen. We vragen hoe het met hen en hun kinderen gaat. Sommige ouders blijven uit schrik binnen met hun kinderen. Dit is niet altijd evident omdat ouders vaak in flats wonen. Vele gezinnen kwamen helemaal de deur niet uit. Ze waren bang om op straat te komen, om boodschappen te doen. We vertellen aan ouders dat ze gerust kunnen wandelen met hun baby of peuter maar dat ze afstand moeten houden, dat ze niet in de massa moeten lopen, maar dat de buitenlucht goed is voor hun kind. Als ouders aangeven dat het te zwaar wordt, zoeken we naar oplossingen. Voor alleenstaanden is het niet zo eenvoudig om werk te combineren met de zorg voor een baby of peuter. Als de leidinggevende weet dat opvang belangrijk is voor een gezin, bespreekt ze dat met de ouder. Ouders moeten zich veilig voelen en weten dat het oké is om hun kind naar de opvang te brengen. We hebben ook contact via Facebook. Kinderbegeleiders posten al eens een filmpje om kinderen te begroeten, want het is belangrijk dat kinderen hun begeleiders niet vergeten. We posten er ook spelideeën, verhalen en liedjes voor de kinderen.’

Hoe ondersteun je de ouders nog?

Els Meiresone: ‘We zijn een buurtgerichte opvang, dus we werken in de buurt, met de buurt en met buurtorganisaties. Vzw Jong bezorgt voedselpakketten aan kansarme gezinnen. We hebben contact met de vzw, we kunnen ouders wegwijs maken naar hulpverleners, of soms slaan wij, in overleg met de gezinnen de brug tussen hen en hulpverleners, zoals de voedselbank of vzw Jong.  Een buurtopbouwwerker organiseerde ook al een ‘balkon-Zumba-dans’-activiteit: samen dansen en bewegen vanop jouw balkon. De kinderen en begeleiders van Tierlantuin, deden mee met die activiteit.’

Els: 'Wij maken ouders wegwijs in de hulpverlening'

Tom Possemiers: ‘Uit onze babbels weten we dat sommige gezinnen het financieel zwaar hebben. Daarom hebben we samen met vrijwilligers van een lokale vereniging voedselpakketten uitgedeeld. Dankzij Kirikou van Huis van het Kind Leuven hebben we ook speelgoedpakketten aan huis kunnen laten leveren. Ondertussen hebben we ook extra middelen via de Koning Boudewijnstichting gekregen om extra voedselpakketten, speelgoedpakketten, of meer specifieke zaken ter ondersteuning van kwetsbare gezinnen te kunnen voorzien tijdens deze crisis. Enkele gezinnen hebben al contact met de hulpverlening, andere verwijzen we naar die hulpverlening door, of nemen samen met de ouders contact op.’

Heidi Spriet: ‘Ik doe mijn boodschappen in de buurtwinkel. Als ik daar ouders ontmoet, doe ik ook een live babbel met hen vanop de nodige afstand. Omdat een mama aangaf dat ze de combinatie werk-kinderen moeilijk vond in deze coronatijd, doe ik ook regelmatig boodschappen voor dat gezin.’

Wat na de exit uit de lockdown?

Femke Hoorelbeke: ‘Opnieuw openen betekent opnieuw starten. Bovendien moet je niet alleen bekijken hoe je het praktisch-organisatorisch zal aanpakken maar ook pedagogisch. Hoe zorg je voor een veilige start, hoe ga je om met angsten en trauma’s? Dat zal voor niemand gemakkelijk zijn. We bereiden de terugkeer volop voor: ouders die wensen kunnen even videobellen met een kinderbegeleider samen met het kindje of de baby, om opnieuw de stemmen te horen, eventuele aanpassingen in slaap- en eetgewoontes door te geven, bezorgdheden van de ouders te horen. Qua veiligheid bekijken we met de preventiedienst waar we de overdracht zullen doen, waar we stickers zullen kleven om afstand te houden, waar er ontsmettingsspray nodig is. Via de Facebookpagina’s gaan we op de momenten waarop we dit normaal voorzien en met de kinderen die wel aanwezig zijn, opnieuw voorleesmomenten houden. Afwezige kinderen kunnen via video aansluiten, om opnieuw te wennen aan het ritme, de stemmen en de beelden van het leven in groep.

Tom Possemiers: ‘Kinderen zullen bijna twee maanden thuis geweest zijn. Ze zullen veranderd zijn, ze zullen weer moeten wennen aan de opvang. Dat wordt een harde instap, en hoe zullen we dat aanpakken? In ons gebouw zijn er meerdere organisaties gehuisvest zoals het consultatiebureau en regioteam van Kind en Gezin. Dus moeten we de passage in het gebouw beperken. We zullen moeten nadenken over hoe we communiceren over de heropstart. Hoe kunnen we ouders overtuigen dat de opvang veilig is, en wat houdt die veiligheid dan in? Mogen ouders in de opvang komen? En hoe bescherm je jouw team? Wanneer organiseren we weer ouderactiviteiten? En hoe doen we dat dan? Veel vragen dus. Want tegelijkertijd willen we onze visie waarin het contact met de ouders, participatie, en ontmoeten sleutelwoorden zijn, blijven realiseren.’

Tom: 'Kinderen zullen weer moeten wennen aan de opvang'

Els Meiresone: ‘Als we gaan wandelen met de kinderen in de buurt, komen we ouders tegen. En we merken dat die schrik hebben om terug de stap te zetten naar de opvang. Niet alleen hebben ze schrik voor het virus, maar ook voor de nieuwe instap. De kinderen zijn al lang thuis, het zal voor baby’s en peuters en ouders een grote aanpassing zijn om weer naar de opvang te gaan. We zullen dat geleidelijk aan laten gebeuren zodat het welbevinden van de kinderen en ouders centraal staat, maar ook van de begeleiders. We wachten het draaiboek van Kind en Gezin af om dan een plan uit werken. We hebben een beetje schrik welke invloed de mondmaskers gaan hebben op de sensitieve responsieve omgang met de kinderen. Ook de contacten en toegankelijkheid van ouders zijn superbelangrijk in onze werking. Hoe zullen we die kunnen blijven realiseren?’

Archief nieuwsberichten