InTrans

Elk kind heeft recht op een continue kwaliteitsvolle ervaring in basisvoorzieningen, overheen de institutionele splits tussen onderwijs en welzijn / opvang.

In de voorbije tien jaar besteedden onderzoekers en beleidsmakers ontzettend veel aandacht aan de deelname van jonge kinderen aan ‘Early Childhood Education and Care’ (in Vlaanderen: kinderopvang en kleuterschool). Er is immers ruime wetenschappelijke evidentie dat kleuterparticipatie in kleuterscholen van hoge kwaliteit een positief effect heeft op de cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen en kansenverhogend werkt in de latere schoolcarrière van kinderen uit kansarme gezinnen. Daarnaast wordt er bijzondere aandacht besteed aan de transitie tussen thuis, kinderopvang en kleuteronderwijs. Indien jonge kinderen een positieve start in de kleuterschool ervaren, dan heeft dit langdurige effecten op vlak van leerresultaten en welbevinden. Het omgekeerde geldt helaas ook: een negatieve start in de kleuterschool heeft een negatief effect op de leerresultaten en het welbevinden van kinderen. Daarom pleiten diverse internationale instanties (bv. EU, OESO, UNESCO) voor meer pedagogische continuïteit tussen kinderopvang / thuis en kleuteronderwijs / buitenschoolse opvang.

Wie is er betrokken?

VBJK, Vernieuwing in de Basisvoorzieningen voor Jonge Kinderen, is de projectcoördinator en werkt samen met UGent, Steunpunt Diversiteit en Leren en Departement Sociaal Werk en Sociale Pedagogiek voor de Vlaamse implementatie. De leden van de ambtelijke werkgroep transitie (Agentschap Opgroeien, AGODI, Departement Onderwijs …) zijn de geassocieerde Vlaamse partners. In het InTrans-project zijn partners uit vijf Europese landen betrokken (Italië, Slovenië, Finland, België (VL) en Denemarken). Daarnaast is het internationale ISSA-netwerk (International Step by Step, gevestigd in Nederland) betrokken met het oog op het verspreiden van de projectresultaten naar andere Europese landen. Het ISSA-netwerk is gespecialiseerd in opvang, onderwijs en zorg voor jonge kinderen en bereikt via haar uitgebreide netwerk het werkveld, beleidsmedewerkers en onderzoekers uit ECEC in Europa en Centraal-Azië. Meer informatie: https://www.issa.nl/

Wat is de doelstelling?

De finale doelstelling van het InTrans-project is het versterken van inclusieve transities van thuis / kinderopvang naar de kleuterschool opdat kinderen een positieve start in de kleuterschool ervaren. Met andere woorden, zetten we in op transitiepraktijken die ervoor zorgen dat alle kinderen en hun families betrokken worden in zorgzame en effectieve leerstrategieën van bij de start.

Hoe?

We bouwen verder op onderzoekswerk en eerdere innovatieprojecten waarin we lokaal met basisscholen, kinderopvanginitiatieven en gezinsondersteunende initiatieven dergelijke inclusieve transitiepraktijken ontwikkelden en evalueerden. In het InTrans-project zetten we in op kennisdeling en ontwikkeling over inclusieve transities in en tussen de betrokken landen. We richten ons hierbij in het bijzonder op beleidsmedewerkers (lokaal, regionaal en nationaal), de initiële opleidingen van toekomstige ECEC-professionals (opleidingen kleuteronderwijs en directeursopleidingen in basisonderwijs) en organisaties die instaan voor de professionalisering van leerkrachten en directies (pedagogische begeleidingsdiensten, hogescholen, andere vormingsinstanties).

Meer concreet staan volgende drie doelstellingen centraal:

  • Beleidsmedewerkers uit de verschillende betrokken landen en uit verschillende beleidsdomeinen (onderwijs – welzijn) ontwikkelen en delen kennis over welke systemische condities nodig zijn om inclusieve en warme transities tussen kinderopvang / thuis en de kleuterschool te realiseren.

  • Kleuter- en kinderopvangteams beschikken over de nodige kennis en knowhow over inclusieve transities en een sterke start in de kleuterschool via deelname aan professionaliseringsinitiatieven die inzetten op kennisontwikkeling en reflectie vertrekkende van de eigen pedagogische praktijk.

  • De initiële opleiding van kleuterleerkrachten en kindbegeleiders versterken in het aanbrengen van kennis, onderzoek en knowhow over inclusieve transities en een sterke start in de kleuterschool.

Het uiteindelijke doel is dat de knowhow over bestaande goede beleidspraktijken verder verspreid en geïmplementeerd worden in de verschillende landen.

Voorlopige projectmaterialen

Beleidsaanbevelingen over het belang van transities in coronatijden

Doe-pakket Lokale Besturen

Dit doe-pakket is ontwikkeld in samenwerking met de VVSG, het Agentschap Opgroeien en Opgroeien in Brussel. Het is een kant-en-klaar pakket waarmee voorzitters of ondersteuners van een lokaal samenwerkingsverband (LOK, LOP, Huis van het Kind) aan de slag kunnen om laagdrempelig het thema 'transitie tussen thuis, buurt, kinderopvang, school' aan te kaarten. Het is een praktische leidraad voor trekkers van lokale samenwerkingsverbanden om dit thema te agenderen en te bespreken.

  • Doe-pakket
    Bij het Doe-pakket hoort ook een toelichtende film waarom lokale besturen best investeren in warme en inclusieve transities.

  • Film Doe-pakket

Wil je graag meer lezen over dit project, bezoek de InTrans-webpagina.

Dit project is gefinancierd door Erasmus+ programma, Key Action 3.

 

Wil je meer informatie?

Neem contact op met Katrien

Medewerkers

Partners